Als kind al knaagde er vaak iets aan Kieke, een randje twijfel. Opgroeien bij de Noorse broederschap veroorzaakte verwarring en een gevoel van opstandigheid bij haar. Hoe kan een vader zijn kinderen slaan en het liefde noemen? Waarom is een vrouw de schuldige als een man zich aan haar vergrijpt? Kieke slikte de Bijbelteksten niet, die voor anderen alles verklaarden en zorgen wegnamen. Integendeel. Ze is nooit een volgzaam type geweest en haar gezonde verstand maakte dat ze bij steeds meer gebruiken en regels vraagtekens plaatste. Verzet groeide in haar. Rebellie haast. Het geloof ging haar steeds meer tegenstaan en uiteindelijk besloot ze de broederschap te verlaten.
Nu woont Kieke op zichzelf, op een kamer waar eerst haar broer Job woonde. Hij heeft de broederschap al eerder de rug toegekeerd. Kieke probeert een nieuw leven op te bouwen. Ze moet zich nu staande houden in een wereld die door de broederschap als slecht wordt bestempeld. En dat zit er diep ingebakken. Af en toe grijpt de angst haar bij de keel. Want nu ze een afvallige is zal ze niet meer in de hemel komen. Haar wacht vergelding voor haar zondes. Gruwelijk zal het zijn. Gelukkig heeft ze Job, haar steun en toeverlaat.
Kieke is rationeel ingesteld. Toch heeft ze nog vaak moeite zich te verzetten tegen de gedachtes die in haar hoofd zijn geplant. Dat ze zondigt. Haar vader, moeder en jongere zusjes spreken dikwijls de hoop uit dat ze weer terugkeert. Zij hangen het geloof zeer fanatiek aan. Vader vervult zelfs een leidersfunctie. In het begin woont ze dan ook geregeld bijeenkomsten bij. Ze ontvangt veel brieven die haar vanuit de gemeenschap gestuurd worden. Het is nog niet te laat voor Kieke, spreekt uit de brieven. Als ze maar terugkeert, dan komt alles goed. Haar zondes zullen dan vergeven worden.
Een aantal broeders schuift haar de schuld van de zelfmoord van Else-Marthe, het zusje van haar beste vriendin Liv, in de schoenen. Ze stellen dat ze Else-Marthe met haar slechte, wereldse gedachtes bezoedeld heeft. Wat schijnheilig en hypocriet zijn deze broeders. Het is natuurlijk veel eenvoudiger om een “afvallige” de schuld te geven dan om te kijken naar het eigen gedrag. Want aan het gedrag van een aantal van hen schort toch echt wel het een en ander. Else-Marthe is daar het slachtoffer van. Zaken die het daglicht niet kunnen verdragen worden in de doofpot gestopt. Goedgepraat met nog meer Bijbelcitaten. Kieke walgt ervan. Is woedend. Het geeft de doorslag. Kieke maakt zich definitief los.
Een prachtig geschreven boek over hoe iemand verstrikt kan raken in een geloof. Hoe het je identiteit kan afnemen. En over het loslaten van een geloof. Het worstelen tussen datgeen wat je vertrouwd is en het groeiende gevoel van onbehagen. Dat het niet klopt wat er gepredikt wordt. Angst. Want die angst zit er goed in. Ook al maakt Kieke zich los uit de gemeenschap, ze moet leven met het gevoel dat ze een zondaar is en dat ze de gevolgen daarvan zal ondervinden.
Ellen Heijmerikx schrijft op een heel ontwapenende manier. Ze weet mij als lezer te raken door de open en eerlijke manier waarop ze Kieke haar verhaal laat doen. Hoewel het boek niet autobiografisch is, is ook Ellen opgegroeid binnen de Noorse broederschap en heeft ze deze verlaten. Ze weet waarover ze schrijft en dat heeft ongetwijfeld bijgedragen aan de openhartige sfeer van het verhaal. Dit prachtige, indringende debuut won de Academica Debutantenprijs 2010. De tweede roman van Ellen heet Wij dansen niet.
Annemarie, 22 november 2011
Origineel op Leestafel.nl


